Ukubambisana

De wekker loopt af. Het is zaterdag 26 juli 2014, 6 uur. Voor mijn gevoel moet ik ultravroeg het bed uit. Het was weer een broeierige nacht. De temperatuur liep niet verder terug dan zo’n kleine 15 graden. Vlug douchen, een boterham verslinden en dan op de fiets naar GVAC. Deze zaterdag gaan we een route van 27 kilometers aanvallen. Het is kwart over zeven als ik baan 7 binnenga. Het is nog niet druk, maar er hangt al wel een gemoedelijk sfeertje.

Het is een zachte, zwoele zomerochtend. Het is overwegend bewolkt. De zon komt er nog niet door en dat zorgt zo voor een draaglijke temperatuur van 17 graden bij de start. De bladeren aan de bomen wuiven rustig mee op het ritme van een zacht windje. Mistflarden hangen in deze vroegte over het land; in de Achterhoek worden die flarden ‘witte wieven’  genoemd. Het is kortom een fantastisch weertje om te lopen.

De strijdbijl is geestdriftig opgegraven; we gaan er weer voor. Het is precies half acht. De basisgroep verlaat de kantine en gaat over het fietspad linksaf richting Knegsel. Bij zandpad Grote Kerkepad, Schooterweg en via de Roskam rechtsaf de Zittard op richting Zandoerle. De basisgroep oogt als een soort fragmentatiebom. Het enthousiasme spat er aan alle kanten vanaf. Bij de warming up, aan het einde van de Roskam, onder leiding van Trees, spatten de zweetdruppels al flink in het rond.

Gita, Annemarie en Ger R. voorop, gevolgd door de ‘groentjes’ Ronald en Ed. Daartussen heen en weer pendelend op de fiets natuurlijk Fritz.  Trees, Mary en Theo met Willem op de fiets sluiten de rij.

Regina is er vandaag niet bij. Zij is met haar Dick naar Spanje om haar levenswens te verwezenlijken. Je ziet het: “Sommige mensen dromen van grote dingen, terwijl marathonlopers gewoon wakker blijven en ze realiseren”.

In Zandoerle volgen we richting Oerle en gaan linksaf zandpad van de Wintelresedijk in. De “familie Daas’ heet ons met velen van harte welkom en erger nog ze blijven in meer en mindere mate met ons mee vliegen.

We volgen Kleine Vliet en even later Klein Halfmijl. Het is acht uur geweest en de zon komt er zo nu en dan door. De zomertendens gaat gewoon door en juli doet dus braaf zijn best. Dit zorgt voor een temperatuur van 22 graden. Gewoonweg zomer dus. Zweetdruppeltjes lopen langs de wangen omlaag om telkens op het bospad uiteen te spatten. We snuiven een verkwikkende bosgeur op en slaken een diepe zucht. Het ruikt appelfris, gewoon een weldaad voor je neus.

We lopen over de Vessemsedijk. De nevel is opgetrokken. Vanuit het weiland kijken Bertha 19, Naomi 7 en Bea 6 samen met hun 25 zusjes ons troosteloos aan. Ze hebben enigszins medelijden met ons. Wij ook met hen.

Via het Postels Huufke, de Jan Smuldersstraat bereiken we in Vessem het kapelletje, waar de verzorgingspost is ingericht. Annelies en Tony begroeten ons vriendelijk zoals altijd. En de thee vliegt erin, want het is ook vandaag weer, zwoel en zweterig weer. We vervolgen onze weg, want we zijn nog niet op de helft, dus we moeten door.

Direct na Grote Meer rechtsaf de bossen in.  Kleur, geur, kleur en geur dat is het eerste dat je overvalt als je dit bosperceel inloopt. Van helder aquamarijn en felrood tot scherpe groene en bruine tinten. Een overvloed van impressies, die ook om een moment van bezinning vragen.

We worden echter abrupt opgeschrikt door een middelgrote bruine hond met een dood konijn in zijn bek. De eigenaresse horen we zijn naam scanderen. Ik fiets naar haar toe, een kleine drie honderd meter, en vertel haar dat haar viervoeter niet zal luisteren, omdat die nooit zijn prooi los zal laten. Ze knikt begrijpend, bedankt ons en loopt richting haar hond.

Wij gaan verder. Via Klein Halfmijl naar de Hoogeloonsedijk. De groep Evert, Hans L, Leo L en Leo M. springt hier op onze nek. Het tempo zit er goed in. Hans, net terug uit Toscane, vindt de dorpjes daar mooier dan ons mooie Vessem. Leon M., aanstaande zondag een jaartje erbij, kon dit als inwoner van Vessem natuurlijk niet over zijn kant laten gaan en vertelt mooie anekdotes over dit prachtige dorp, waarna Hans wijselijk zijn mond houdt.

Het duo Wally en Hans is echter wat meer esoterisch en pretentieus. Er rust een omerta, een erecode op. Die gaan van begin tot het eind fluitend langs  ’s heeren wegen. Tal van onderwerpen worden onderweg besproken, maar die onderwerpen worden met niemand gedeeld. Grote geheimen?! Deze twee vagebonden hebben een zwijgplicht met elkaar afgesproken, dus het blijft raden. Wel spannend.

Via de Urnenweg, Hofdries bereiken we de Pastoor Eykenweg. Hier vliegt de groep Elly, Ine, Leo W, Art, Mariska, Reinier en Boudewijn onder de vrolijke begeleiding van Marjolijn en Harry over ons heen. Inderdaad vliegen, want de 10,5 km per uur werd hier zeker gehaald. Art was na een korte overstap naar de 11 kilometer groep weer terug beland in zijn vertrouwde omgeving.

Door goed begrijpend lezen lopen wij de route eenvoudig en gemakkelijk en bereiken de kapel aan de Steenselseweg, waar Annemarie en Tony de tweede verzorgingspost hebben. Wat een luxe. We horen daar van Ger R. dat er groepen verkeerd zijn gelopen, omdat de routebeschrijving blijkbaar te moeilijk was.

Een groepje met Fritz negeert daarom de laatste lus en loopt via de Locht rechtstreeks naar het eindpunt. Het zal waarschijnlijk niet het groepje van Gita zijn, want die weet tenslotte overal de weg. Wij vertrekken weer en lopen uiteraard wel de lus via de Buitenjan. Trees en Mary nemen Theo op sleeptouw. De laatste kilometers vergen veel van Theo, maar die weet van geen wijken. Het is een subtiele samensmelting van elegantie en noeste arbeid.

We zijn redelijk snel bij Koningshof en beklimmen het viaduct. Het viaduct ontlokt woeste virtuoze klanken aan de zwaar stampende voeten. De afdaling kost beduidend minder energie. De slotfase is aangebroken. Met reuzenstappen Pegbroeken nog door en we zijn er weer. Zoals het hoort finishen we op de atletiekbaan.

Ook de 10 kilometergroep finisht even later op de atletiekbaan. Lisette, Francien, Femke, Roy en Gerard onder begeleiding van Hannie en Ger V. als fietsende tijdsklok (helaas geblesseerd). Ook deze groep heeft zich perfect gehouden aan de routebeschrijving en aan de snelheid. Prima resultaat.

Na de vaste perikelen is het tijd voor een lekker stuk gebak. Het smaakt als vanouds; lekker dus. Leon, Reinier en Hans bedankt. Onze eigen Jurgen wordt voor zijn goede zorgen beloond met het grootste stuk aardbeientaart dat er was. Dik verdiend.

Aan tafel horen we de verhalen aan. Evert, als bedenker van deze route, was met zijn groep verkeerd gelopen. De groep vond dit niet erg, slechts een kilometertje meer, aldus Evert.

De andere groepjes, die in deze foute route werden meegezogen, dachten daar wellicht anders over.

Wally vond dit ook niet erg, lachte zelfs triomfantelijk toen ze het groepje Evert op de verkeerde route zag lopen. Wally schaterde toen Evert ruiterlijk toegaf dat hij verkeerd was gelopen. Later, bij de tweede post, vroeg zij met een uitgestreken gezicht of Evert nog een keer wilde herhalen wat hij gezegd had, want ze had het niet goed gehoord.

Dus extra speciaal voor Wally: “De groep Evert is de verkeerde route gelopen”!  Maar dat was nog niet alles. Het groepje Evert vertelt doodleuk dat ze bij het Groot Meer een ree hadden gezien en bij de Buitenjan een bunzing. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat een dopingtest bij deze groep wellicht verrassende resultaten zou opleveren.

Het is vandaag uiteindelijk weer allemaal goed gekomen. Een fijne, goed beschreven route, met veel schaduw maakte het deze keer minder zwaar. Alle 39 lopers zijn weer op het thuishonk geland.

Marathontrainen lijkt een individuele sport, maar het is heel prettig als je kunt terugvallen op een fijne Ukubambisana ( samenwerking in Zulu).

 

Tot volgende week, groet Willem.

Geplaatst in Willems column