Willems column: Je kunt ‘t!

Je kunt ‘t!

Vandaag, de tocht der tochten, de Koninginneloop, een ‘tour de force’ van jewelste, 35 zware en harde kilometers. Af en toe valt er lichte regen of regent het mot. De gure wind giert rond de huizen, schuurt over de baan, de druppels staan op de ramen en de temperatuur hangt een beetje laf tussen de herfst en de winter, maar valt op zich niet tegen. Het is een graadje of zes.

En natuurlijk is er bij een enkeling twijfel, maar gelukkig verrijkt twijfel de kijk op het leven. Het is de verste afstand van deze cyclus en dit beest moet vandaag getemd worden. Het is een soort stepping-stone, elke week kun je iets meer aan. Strijd maakt weer plaats voor overgave, gewone mensen worden strijders. De nummer twee onder de tegeltjeswijsheden is vandaag van toepassing; hardlopen is hordelopen, mentale hordes. Het wordt weer een dartele spirituele reis.

Bij baan 7 heerst een gezonde spanning. Af en toe een zenuwachtig giecheltje, maar over het algemeen is het rustig. Sommigen staren ‘ slaperig’ voor zich uit. Zacht bubbelende overpeinzingen. De concentratie en het zelfvertrouwen hebben de bovenhand. De knoppen van het nieuwe horloge van Cindy zijn bijna versleten. De hele week heeft ze geoefend en ze weet nu van wanten. Ze kan zelfs een virtuele haas mee laten lopen.

Wel klaagt ze over gelletjes. De gelletjes, die haar lieten lopen als een haas, zijn er niet meer. Die zijn in België, vanwege een verboden stofje, uit de handel gehaald. Nou dat wil toch wel wat zeggen, als ze daar niet meer verkrijgbaar zijn. Wel elektronische Epo, maar geen gelletjes. Raar toch.

Klokslag acht uur, is het vertrek van de max 9.5 km groep met Cindy, Annemarie, Ietje, André en Ed. Georg, waakzaam als altijd, drijft de groep voor zich uit.

Een kwartiertje later gaat de max 10 km groep op pad. Femke, Inge, Francien, Lisette, Elly, Rien, Giel en Ger V. worden ditmaal op de fiets begeleid door Hannie.

De lopers van de andere twee groepen komen binnen. Tot ieders verbazing maakt John zijn intrede. Een blik op de klok zegt dat hij vier minuten voor het startschot binnenvalt. Op zich is dat al een unieke prestatie, nu de afstand nog. Het is acht uur, dus mogen deze groepen ook los. De strijd is begonnen.

P1090894

Els en ik gaan naar het begin van de Malpie. Door de regen glinsteren de straten. We doen het rustig aan, we hebben toch tijd genoeg. Bij de Malpie richten we onze theemobiel zo in dat we enigszins uit de wind kunnen staan. De strohalmen dansen in de wind. Het lijkt op een wuivend park, alsof ze met een wave de lopers willen aanmoedigen.

Zoetvloeiende tonen in een overzichtelijk ritme stuurt de 9.5 km groep op ons af. Ze laten hun benen ongestoord vooruit zwaaien, als de vouwslinger van een Comtoise klok, tik tak, tik, tak. De samenklanken zijn weerbarstig, de gestiek nog steeds erg romantisch. Het is wel pittig, maar het is te doen. Het gaat, maar niet gemakkelijk, aldus deze groep. Na de thee vertrekken ze weer.

De schittering van de Malpie is oogstrelend. Ze lopen over wandelpaadjes door een landschap dat door paradijselijke pasteltinten is gevormd. De winterzon ontbreekt helaas, maar desondanks is het een woest aantrekkelijke natuur waar wonderschone bomen en planten groeien alsof ze gevoed zijn met tovermest.

De 10 km groep verschijnt. Mijn waarneming is prima. Ik zoom in op de drie mannen met uitschuivende benen en de vijf vrouwen met gesticulerende armen. Je ziet een fraaie afwisseling van versnelling en vertraging, van wit en zwart en van dwarrelende regendruppels. De stemming bij deze groep is opperbest. Hannie begeleidt op de fiets en alles verloopt soepel. Thee gedronken en weer verder.

De 11,3 km groep slingert als een aal door het water. Nicole, John, Patrick, Arjan, Robert, Hans, Reli en Leo onder begeleiding van Evert maken een levendige indruk. Wat meteen opvalt, is de verstandige keuze van Reli, een lange broek. Zeker bij koud weer een aanrader, voorkomt koude spieren en verlaagt zo de kans op blessures. Nog iets meer leren drinken en dan loop je helemaal de sterren van de hemel. Ook deze groep gaat na de thee direct door. Nicole heeft laten weten de rest van de trainingen mee te doen. Leuk en het geeft aan deze groep een beetje extra glans.

Ondertussen zien we de max 10.5 km groep aankomen. Ine, Karin, Art, Harold, Roy, Jaap onder begeleiding van de niet al te fitte Wally. Deze groep bestond aldus Wally uit een kleine vaste kern en enkele ‘adoptielopers’. Wally hoeft deze keer het vertrek niet aan te geven, de groep wil zelf snel verder.

Els en ik ruimen de handel op. Wij rijden naar de ouders van Francien op Klein Borkel en mogen daar de inrit als post gebruiken. Ontzettend lief natuurlijk. We staan slechts enkele minuten of deze ouders trotseren de nattigheid en de kou en voegen zich bij ons.  Het regent even stevig en de stevige wind zorgt voor een behoorlijke kou. De groepen verschijnen in een goed tempo bij de tweede post.

Je gaat deze afstand in je buik voelen, je ogen gaan er van knipperen. Kracht en verbetenheid breken door de regen heen, het komt nu ook aan op de wilspieren. Je voelt je af en toe een nietige en doorweekte figurant die opbokst tegen hogere natuurkrachten. Door de vele afgelegde kilometers staat er inmiddels wel een stevig fundament. Passie, inzet en doorzettingsvermogen worden met een bewonderingswaardige argeloosheid samengevoegd tot een even verfrissend als opzwepend geheel.

Ook bij deze post is het aankomen, snel een theetje drinken en weer door, op weg naar post 3, wat een luxe.

Het gevecht met de omstandigheden verplaatst zich van de benen naar tussen de oren. Zwijgend lopen zij de Dorpsstraat af. Ook als er vrijwel niets gezegd wordt, weet je dat ze elkaar in de gaten houden, dat ze bereid zijn elkaar te steunen. De stilte klinkt soms overweldigend, soms zelfs wreed.

Op de Keersopperdreef is post 3 ingericht. Femke en Robert, terug van ziek geweest, besluiten wijselijk om het hier voor gezien te hebben. Diverse lopers en loopsters hebben het zwaar. Maar het is wellicht waar wat John zegt: “Marathonlopen is het stopzetten van je geest”, maar dat moet je wel kunnen.

Vanaf post 3 is het nog zo’n kleine zeven kilometers tot de atletiekbaan. De groepen gaan stuk voor stuk door. Met chirurgische precisie legt dit laatste stukje de gevoelszenuw bloot. Feilloos prikt die daar waar het pijn doet.

Iedere training heeft wel iets betoverends, iets ongrijpbaars. Een afstand die je voor onmogelijk hield, voltrekt zich weliswaar zwaar, maar voltrekt zich stap voor stap. Ze zwoegen en ploegen, ze snotteren en sputteren. Ze lopen op de toppen van hun kunnen. Uit getob en chaos zijn de mooiste dingen geboren en zijn de grootste ontdekkingen gedaan. Ook vandaag.

Ietje echter loopt als een stoomlocomotief. Haar gedachten stromen en vloeien en vertalen zich in een voortkabbelende nonchalance met een o-zo-achteloze stijl.

Bij menigeen zijn de bewegingen ‘balletesker’ geworden met lange lijnen en gestrekte voeten. De marathon toont de mens in zijn meest kwetsbare hoedanigheid. Een soort eenzaamheid die je recht in de ogen kijkt. Een eenzaamheid die je met elkaar probeert te delen, waardoor de training net iets draagbaarder wordt.

Nicole stort een regen van complimenten over Reli en Leo heen, die er spontaan nog sneller van gaan lopen. Hun outfit heeft diepe indruk gemaakt op Nicole, hetgeen ze onmiddellijk met deze heren deelt. John, altijd op zoek naar complimenten, moest zijn geduld tot vlak voor de finish op de proef stellen. Op het fietspad langs de baan gaf Nicole hem nog een paar verdraaid mooie complimenten met als gevolg dat er bij de finish door John flink op los werd geknuffeld.

Zo’n lange afstand zie je langzaam veranderen van een onbereikbare verre vriend in een goeie buur. Door de marathon kom je in contact met je hart, je ziel, je ware zelf.

Het heeft iets buitenaards. De grilligheid is troef. De groepen veranderen van lopers in performers. Samen op weg naar het hoogtepunt, de finish, een glorieus einde van deze route. Vol trots, terechte trots, stappen ze over de meet. Deze etappe werd ondanks de grote afstand netjes uitgevoerd.

Daarna de cooling down, die af en toe meer lijkt op het slenteren van een ‘uitgeblust dweilorkest’. Evert legt aan Lisette een oefening uit voor het rekken van de hamstring. Giel, het voorbeeld van ongeduldigheid, helpt even mee, wat hem een oorveeg van Lisette oplevert. De teamspirit kan wel tegen een stootje.

Het is natuurlijk voor iedereen een prestatie van jewelste, maar er waren er deze week vier, die deze afstand voor de eerste keer in hun leven liepen. Ietje, Inge, André en Giel. Hoedje af. Respect.

Na afloop ondergingen deze vier nog een diepte-interview met Evert, met zijn geweldige openingsvragen: “Hoe voelt het nu, wat zijn je ervaringen”? Bij Inge was het antwoord au, au, overigens lachend. André vond de laatste vijf kilometers wel afzien, maar volgens hem waren er ook ergere dingen in het leven. Ietje en Giel waren zeer positief, al hadden ze de laatste kilometers wel gevoeld, maar dat hebben de meest ervaren lopers ook.

Een woord van waardering voor onze op de fiets zittende begeleiding. Met dit weer is dat niet even een fluitje van een cent. Hannie en Georg klasse.

Lekker douchen en op naar de huisvlijt van Roy, Jaap en Jeroen S. Deze laatste was ondanks zijn blessure wel naar de nazit gekomen. Leuk.

De caloriebommen werden met heel veel liefde gemaakt, maar ook met evenveel liefde opgegeten. Hartelijk dank. De nazit was weer gezellig.

 

Het was voor sommigen een eitje, voor anderen was het buitengemeen zwaar. Met voldoening kan er teruggekeken worden op een mooie strijd. De strijd tegen 35 kilometers en die strijd is toch maar mooi gewonnen. Nog lekker nagenieten van deze bijzondere inspanning. En één ding weten we nu zeker: “Je kunt ‘t”!

Tot zaterdag Willem.

Geplaatst in Willems column